D - d

daar bw. anda
· · ape
daarbovenop znw. tapu1 (5)
daarna bw. bakadati
· · baka te
· functiew. da2
· · ne1
daarnet bw. dyonson dyonson
daarom bw. dati meke
dadelijk bw. dileki dileki
dag znw. dei
Dag der Vrijheden znw. Keti Koti (Dei)
dag en nacht doorgaan du wan sani dei anga neti
dag waarop er niet gewerkt wordt kina dei
dagelijks brood dei beele
dagelijkse inkomen dei beele
dakloos zijn onoverg. ww. lasaa (1)
dalen onoverg. ww. saka1 (1)
damp znw. bwuingi
· · dampu
dan functiew. da2
dank znw. daa
· · tangi
dankbaar zijn sabi kiyoo
dans znw. aleke (1)
dans, lied znw. awasa
dansen onoverg. ww. dansi (1)
danser aleke futu
das znw. dasi
dasheen znw. dasini
dasyatis schmardae overg. ww. sipali1
dat bnw. di fu
· vnw. dati
· · di2
· vw. taki2
dat allemaal bw. aladati
dat, die vnw. de2
dat is vw. sobun
dat was kantje boort a fika wan pikin sani fu Gadu
dauw znw. dow
de Almachtige God znw. Masaa Gadu
de Amerikaans Engelse taal znw. Ameekan (tongo)
de andere znw. taawan
de apostel Paulus znw. Pawles
de apostel Petrus znw. Peitilisi
de awasa dansen paata awasa
de baas spelen overg. ww. basi2 (2)
de baas willen spelen gaan nengee
de boot leegscheppen towe wataa
de bovenkant znw. edese
de dood znw. dede1 (2)
de dorpsgemeenschap znw. paandasi
de eerste znw. fosiwan
de eerste mens znw. fosiwan
de Engelse taal znw. Ingiisi
de familie bevoorrechten paati bee
de grotere znw. gaanwan (2)
de haan spannen, een wapen klaarmaken overg. ww. kaka2
de Heer God znw. Masaa Gadu
de helft vnw. afu (1)
· znw. afu (2)
· · paa1
de hoofdstad Cayenne znw. Kayeni
de Joden znw. Dyu Bakaa
· · Dyu Bakaa
de kern van de zaak a mama fu wan toli
· a lutu fu wan toli
· a mama fu wan toli
de kern van het verhaal a lutu fu wan toli
de kleine te eten geven gi pikin papa
de kleinere znw. pikinwan (2)
de koe melken overg. ww. meliki kaw
de Kwinti mensen, het Kwinti volk znw. Kwinti (1)
de Kwinti taal znw. Kwinti (2)
de leiding nemen teke ede
de macht geven poti fu taki
de macht hebben overg. ww. sitii
de mensen op de aarde znw. goontapu (2)
de mond wassen sibi i mofu a doti
de moraal (van het verhaal) dipi toli
de Ndyuka znw. Okanisi Nengee
de Ndyuka mensen znw. Ndyuka (2)
de neus steken in andermans zaken overg. ww. mumui (1)
de Paramakkaanse taal znw. Paamaka (tongo)
de Paramakkaners znw. Paamaka
de Saramakkaanse taal znw. Saamaka (tongo)
de Saramakkaners znw. Saamaka
de schuld van iets krijgen tyai a nen
de sekte van de Jehovahs getuigens znw. Jehowfa Kotoigi
de Spaanse taal znw. Sipanyoo (1)
de stand van de maan znw. mun kenki
de straf ondergaan nyan sitaafu
de vaat wassen overg. ww. wasi1 (2)
de verleiding niet kunnen weerstaan fadon a ini sonu
de volgende keer znw. taa dei
de voorkant van een voorwerp znw. fesise
de vorige maand znw. taa mun
de vroege avond znw. bakadina mofu
de zorgen van het leven booko fu wan sama libi
debatteren overg. ww. kuutu (3)
deegballen van de knoedelsoep znw. afiingi sii
deel van de stam van het suikerriet znw. ken ba
deel van een boom net boven de grond znw. udu gogo
deeltjes onoverg. ww. fini (1)
def. vnw. meervoud art. den2
deken znw. degii
dekken overg. ww. paata2
deksel znw. tapun
dement zijn onoverg. ww. gadu2 (2)
denken znw. denki (3)
· · fusutan (2)
· · membee (2)
· · pakisei (2)
dertien telw. tin na dii
dertig telw. diitenti
deur znw. doo1 (1)
deur post znw. lanki
deuropening znw. doo mofu
deze vnw. de2
· · ya1 (2)
diamant znw. dyamanti
diarrea waka bee
diarrea hebben lon bee
diarree znw. diyalei
dichtbij bw. koosube
dichtdoen overg. ww. tapu2 (4)
dichtdraaien overg. ww. kii (2)
die bnw. di fu
· vnw. di2
· · ya1 (2)
dief znw. fufuuman
· · fufuuman
dienen overg. ww. dini
dient als een interlocutor(iemand die antwoorden geeft) onoverg. ww. piki1 (2)
diep geheim mama bee toli
diep in de nacht mama neti
diep zijn onoverg. ww. dipi1 (1)
diepe smart tw. heelu
dier znw. meti1 (1)
dieren die in bomen wonen tapu meti
dierenhuid znw. meti buba
dijbeen znw. boma futu
· · boma futu
dik zijn onoverg. ww. deki (2)
ding znw. sani (1)
dinsdag znw. tudewooko
dinsdag, vrouw geboren op znw. Abeni1
diploma znw. pampila (2)
direct bw. dileki dileki
direkt bnw. wanboo
· znw. wanten (1)
discipel znw. bakaman
discussie znw. taki1 (2)
district pisi wataa
District Commissaris znw. Komisaisi
distrikt znw. Bokopondo
dit vnw. disi
dobbelsteen znw. lowte
dochter znw. umanpikin (3)
dode lichaam znw. dede sikin
doden overg. ww. kii (1)
doden door ophanging overg. ww. angaa (3)
doek znw. duku1 (1)
· · koosi
· · lapu (2)
doek als buffer znw. tyatyai
doek om borden met eten te bedekken znw. nyanyan duku
(doen) wegjagen overg. ww. towe (2)
dokter znw. dataa (1)
dokument znw. pampila (2)
dollar znw. Ameekan dala
dom, onwetend zijn onoverg. ww. don
Dominee znw. Dominei
donder tapu bali
· znw. dondoo
donderdag znw. fodewooko
donderen onoverg. ww. goompu
donker onoverg. ww. baaka baaka (1)
donker (zijn), duisternis bnw. dunguu
dood zijn onoverg. ww. dede1 (1)
doode, een znw. dedeman
doodskist znw. kisi2
doof bnw. dofu
door voorz. doo1 (3)
· · na2 (1)
door elkaar liggen onoverg. ww. tiingi
door en door bnw. te doo
door middel van voorz. anga2 (1)
doorboord, lek zijn onoverg. ww. doo4
doorboren overg. ww. dyuku1
doorheengaan koti pasa go
doorkruisen onoverg. ww. koti (4)
doornen znw. agwago
· · maka
doornene van de awara boom znw. awaa maka
doornige plant znw. agwago
doorsnijden overg. ww. doo3
doos znw. dosu
dopen overg. ww. dopu (1)
Doper znw. Dopuman
dorp znw. kondee (2)
dorp aan de Boven Tapanahony Rivier znw. Poolokaba
dorps oudste znw. basiya
dorps vergadering znw. kuutu (4)
dorpsbewoners znw. kondee (4)
dorpshoofd znw. kabiten
dorpshut znw. langa2
dozijn telw. dosen
draad znw. dalati
· · katun
· · waya
draagbare gaskoker znw. kesenkeli
dragen overg. ww. tyai (1)
dreigende regen alen baaka
drempel van een deur znw. goonsei
drie telw. dii2
Drietabbetje znw. Diitabiki
drievoet znw. dii futu
drievoet om mee te koken znw. dii futu
dringen booko kon
drinken overg. ww. diingi (1)
drinkglas znw. gaasi1 (1)
droge seizoen znw. dee weli
· · dee weli
· · dee weli
drogen onoverg. ww. dee
dromen onoverg. ww. deen
dronken worden onoverg. ww. duungu
druif znw. doloifi
drum znw. apintin
· · bidon
druppelen onoverg. ww. doopu
· · leki1
dubbele bnw. dobuu
dubbelloops geweer znw. tumofu goni
duif znw. doifi
duiken onoverg. ww. doki
· · duku2
duim znw. doin1 (2)
· · gaanto (1)
duimstok znw. doin tiki
Duitser znw. Doisii
Duitsland znw. Aluma Bakaa
duivel znw. saatan
duivel, satan znw. didibii (1)
duizend telw. dunsu
dun bnw. doin2
· onoverg. ww. deni
dun zijn onoverg. ww. deni
· · paata1 (1)
durf znw. kankan2 (2)
durven abi (deki) ati
· idioom. abi (deki) ati
· overg. ww. peefuu
dutten onoverg. ww. dyonko
duur bnw. dii1
duwen overg. ww. pusu
· · pusu
· · toosi
· · tuusu
dwaas bw. law1 (2)
· · lawlaw1 (1)
dwaas, domme man znw. donman
dwerg znw. akwenda2
· · bakuu2
dwingen overg. ww. dwengi
© Copyright SIL 2003