R - r
ra
Etym.:
T ra, Wj ra, Ap ra, Pm ra
.
znw.
plat oppervlak, borstvlak, vloer.
Ref.: ra
raka
Etym.:
Ap raka, Pm raka
.
ww-ov.
een plat oppervlak wegnemen, doormidden hakken ; scheuren, splijten, een operatie laten ondergaan.
(w)o`raka
ww-med.
splijten, stuk gaan.
Ref.: raka
rakama
ww-ov.
(de binnenkant of onderkant) naar boven draaien, omkeren.
(w)erakama
ww-med.
zich naar boven draaien, zich omkeren.
Ref.: rakama
rakaraka
znw.
(soort) boom.
Hebepetalum humiriifolium (Linaceae).
[Aanmerking: maar vgl jarajara]
ra`kere
Etym.:
F la cle
.
znw.
sleutel, slot.
rakupi
ww-ov.
het oppervlak wassen van, de borst wassen van.
(w)erakupi
ww-med.
het eigen oppervlak wassen, zich de borst wassen.
rama
Etym.:
T rama, Wj rama, Ap rama
.
ww-ov.
omkeren, van richting veranderen.
(w)erama
ww-med.
omdraaien, een andere richting ingaan.
Ref.: ema/erama/irama
ramapo
ww-ov.
doen terugkeren.
ramapoty
ww-ov.
heen en weer laten gaan.
ran
tsw.
man!, vriend!
Ref.: ra
[Aanmerking: of: ra?]
ra`na
Etym.:
T ramna, rawvnaka, Wj rapna, Ap rana
.
az.
te midden van.
Ref.: irana
rapa
Etym.:
T pa, Ap ropa
.
bw.
weer, terug.
Ref.: rapa
rapa`po
az.
op het (borst)vlak van.
y`me yrapa`po sapyija 'ik houd mijn kind op mijn borst',
kuita e`mariry rapa`pono 'onderste_spindelschijfje'.
raparapa
Etym.:
T raparapa, A rabaraba
.
znw.
(soort) boom.
Inga splendens (Mimosaceae).
men maakt er boten van.
ra`pi
znw.
(soort) roofvogel.
[Aanmerking: HM90 98 104 116 V: gavilan primito]
rapika
ww-ov.
de oppervlaktehuid weghalen, afschillen.
(w)erapika
ww-med.
de oppervlaktehuid wegdoen, zich afschillen.
Ref.: irapica
rapi`po
znw.
onderhuid.
Ref.: waruma
[Aanmerking: b]
rapuma
Etym.:
Sr lapu, N lappen
.
ww-ov.
oplappen, herstellen.
(w)erapuma
ww-med.
zich oplappen, zich herstellen.
rapunka
ww-ov.
een laagje (vrucht)vlees weghalen.
(w)erapunka
ww-med.
een laagje (vrucht)vlees wegdoen.
Ref.: irapunga
rasasa`ka
ww-ov.
frunniken met de oppervlakte van.
Ref.: irasasaka
rasere
znw.
met muntstukken versierd pronksnoer.
Ref.: lasërerï
rasima
ww-ov.
verliezen, aan het kortste eind trekken met.
(w)erasima
ww-med.
verliezen, aan het kortste eind trekken.
rasyryry`ka
ww-ov.
de bovenlaag wegstropen van.
moro waruma sirasyryry`kaje 'ik haal een laagje van het vlechtriet af'.
ra`to
ww-ov.
van platte oppervlakken voorzien, van platen voorzien ; van borden voorzien.
(w)aira`to
ww-med.
zich van platte oppervlakken voorzien, van borden voorzien.
Ref.: irando
rato
Etym.:
T rato, Ap rato, Kp rato
.
az.
langs, aan de zijkant van, zonder ... mee te rekenen.
ratoro
az.
ondanks.
ajauran ratoro nyton 'ondanks je woorden is hij weggegaan'.
ra`wo
Etym.:
T rawv
.
az.
in de borststreek van, te midden van.
Ref.: irawone
ira`wo `ne `ne 'te middernacht'.
rejaty
znw.
kuif (van veertjes).
Ref.: yatï
re`koto
ww-ov.
het bovenstuk snijden.
Ref.: waruma
reme`to
ww-ov.
van een gewei voorzien, van tastsprieten voorzien.
gezegd van twee knoppen aan het uiteinde van de roeiriem.
(w)aireme`to
ww-med.
zich van een gewei voorzien.
Ref.: remetï
remety
Etym.:
T rety, Ww meret
.
znw.
gewei, hoorn, tastspriet.
Ref.: remetï
remy
Etym.:
Sp remo, N riem
.
znw.
roeiriem.
[Aanmerking: lrb]
remy
ww-ov.
een topstuk binden aan.
remyremy
[remyrémy]
znw.
palmsnuitkever.
Rhynchophorus palmarum (Curculionidae).
Ref.: lemulemu
[Aanmerking: L274 L274-1h L288 A: ook lïmlïm (zie atukuma) Portugees temtem 'click beetle']
re`myty
b::
re`myty.
znw.
bovenstukbindsel.
renima
Etym.:
Sr leni, N lenen
.
ww-ov.
lenen.
re`puru
ww-ov.
de top bedekken, boven dichtmaken.
(w)aire`puru
ww-med.
zich de top bedekken, zich boven dichtmaken.
re`puty
b::
re`puty.
znw.
daktopbedekking.
Ref.: apu
rere
Etym.:
T rere, Wj rere, Ap rere
.
znw.
vleermuis.
Chiroptera.
Ref.: rere
Rerejana
znw.
Rerejana-indiaan.
vgl rere 'vleermuis'.
reri
znw.
zeepok.
Thoracica.
Ref.: leli
(w)aire`saika
ww-med.
zich een boogpunt maken.
[Aanmerking: vgl aresaika]
re`saity
znw.
punt, uiteinde.
Ref.: rapa
bv punt van een boog, top van een vinger, rand van een oor.
[Aanmerking: of: resity?]
resema
ww-ov.
ondersteboven zetten.
resetoma
ww-ov.
de achterkant naar boven zetten bij.
resi
Etym.:
Sp leche
.
znw.
melk.
resima
Etym.:
Sr leysi, N lezen
.
ww-ov.
lezen.
re`ta
Etym.:
T re`tv
.
az.
op de top van, bovenop.
uit: (a)rety ta; V: kaware re`tano 'zadel'.
re`taika
ww-ov.
op de top tikken, op het hoofd kloppen.
(w)aire`taika
ww-med.
zich op de top tikken, zich op het hoofd kloppen.
re`taka
az.
naar de top van, bovenop.
ri
tsw.
vrouw!, vriendin!
Ref.: ri
ro
Etym.:
T ro, rv, Ap ro, Ww ro, Kp rv, Pm rv
.
bw.
dan ook, volgens verwachting, in overeenstemming.
ajenauty `wa i`tanko, morokon otykon arory ro 'ga naar je zus, en neem tegelijk die dingen mee'.
ro`kon
Etym.:
Ap roke
.
bw.
nog erbij, nog slechts, nog maar.
Ref.: rokon
wordt gebruikt wanneer er maar een beperkt aantal toevoegingen mogelijk is.
romamy
ww-onov.
opgehouden worden, vertraging ondervinden.
romanka
ww-ov.
ophouden, vertragen.
ro`mero
bw.
zoals je kunt zien immers.
Ref.: romero
romo`ka
ww-ov.
laten sterven, stijve ledematen bezorgen.
(w)airomo`ka
ww-med.
zich laten sterven, zich stijve ledematen bezorgen.
Ref.: romo
romopy
Etym.:
Wj rvmvpy
.
ww-onov.
sterven.
Ref.: romo
nuno rompyry 'maansverduistering'.
ro`mun
bw.
zoals je zelf ook al zult weten of vermoeden.
Ref.: ro'm
rontuma
Etym.:
Sr lontu, N rond
.
ww-ov.
omringen, eromheen gaan.
ropima
Etym.:
Sr lobi, E love
.
ww-ov.
houden van, liefhebben.
roten
Etym.:
T roken, rvken, Wj rvken, Ap roken, Kp rvken, neken, Pm rvkin
.
bw.
alleen, slechts.
Ref.: roten
roti
Etym.:
Sr rowti
.
znw.
(soort) vink, roodborstje.
Sporophila minuta (Fringillidae).
ru`ma
ww-ov.
verzwakken, bedriegen, bezit ontfutselen aan.
(w)eru`ma
ww-med.
zich verzwakken, zich bedriegen.
ru`ma`ma
ww-ov.
uitbuiten, profiteren van de zwakheid van.
(w)eru`ma`ma
ww-med.
elkaar uitbuiten, profiteren van elkaars zwakheid.
ru`me
bnw.
zwak, sloom, traag.
Ref.: ru
rupo
Etym.:
Ap rupo(me)
.
znw.
zwakheid, sloomheid, vermoeidheid.
rupomamy
ww-onov.
langzaam aan moe worden, verzwakt raken.
rupomanka
ww-ov.
langzamerhand moe laten worden, verzwakken.
(w)erupomanka
ww-med.
zich langzamerhand moe laten worden, zich verzwakken.
rupota
Etym.:
T ripita
.
ww-onov.
moe worden, sloom worden.
Ref.: ru
ruruma
Etym.:
N loeren
.
ww-ov.
loeren op, in hinderlaag liggen voor, bespioneren.
rypo
Etym.:
T repe, Wj rep, Ap repe, Ww re, Kp ry`wv, Pm
repv
.
bw.
met weinig succes, eigenlijk wel, zo ongeveer.
Ref.: ripo
iru`pa ro rypo man? 'gaat het zo ongeveer goed met je?',
iro ro rypo menepyi? 'het je dat ding waar we het over hadden eigenlijk wel meegebracht?', awu ro rypo! 'ik eigenlijk ook!', enery 'se rypo ne'i 'hij wilde het eigenlijk wel zien (maar is daar niet zo goed in geslaagd)'.
Copyright © 2003