G - g
gabardine
gabardine
gable
puntgevel
gadfly
runderhorzel
gag
knevel
(2)
gaggle
snateren
gain
aanwinst
·
gewin
·
profijt
·
winnen
(1)
·
winst
gal
griet
(1)
·
mokkel
(3)
gala
gala
gale
storm
(2)
gall
gal
(1)
gallant
dapper
·
galant
gallantry
galanterie
galleon
galjoen
gallery
engelenbak
·
gaanderij
·
galerij
·
museum
·
omgang
(1)
·
omloop
(3)
·
trance
·
trans
(1)
galley
galei
gallon
gallon
gallop
galop
·
galopperen
gallows
galg
gallstone
galsteen
galvanize
galvaniseren
gambit
gambiet
(2)
gamble
dobbel
·
dobbelen
·
gokken
·
speculeren
(1)
·
verspelen
gambler
gokker
·
speler
(2)
gamblingden
speelhol
game
game
·
partij
(3)
·
wild
(4)
gamekeeper
koddebeier
gamut
gamma
·
toonladder
gang
bende
·
ploeg
(2)
·
troep
gangling
slungelig
gangplank
loopplank
gangrene
koudvuur
·
versterf
(2)
gangster
gangster
gangway
loop
(5)
gap
bres
·
gaping
·
gat
·
hiaat
·
lacune
·
leemte
gape
vergapen
garage
garage
·
stalling
garble
verhaspelen
garden
tuin
·
tuinieren
gardener
hovenier
·
tuinier
·
tuinman
gargle
gorgelen
garland
guirlande
·
krans
garlic
knoflook
garnet
granaat
(2)
·
granaten
garnish
garneren
·
opmaken
(2)
garret
vliering
·
zolder
garrison
garnizoen
garter
kouseband
gas
gas
·
vergassen
(1)
gash
houw
·
jaap
·
japen
gasify
vergassen
(2)
gasket
manchet
(2)
·
pakking
gasolin
pompstation
gasoline
benzine
gasp
hijgen
(2)
·
snik
gastritis
gastritis
gastronome
gastronoom
·
smulbroer
gatekeeper
poortwachter
·
portier
(1)
gateway
inrit
gate(way)
poort
gather
garen
(1)
·
opstrijken
(3)
·
vergaderen
·
vergaren
·
verzamelen
·
winnen
(2)
gathet
plukken
(1)
gaudy
kakelbont
·
opgesmukt
·
opzichtig
gauge
peilschaal
·
viseren
(2)
gauze
gaas
·
gaasje
·
gazen
gay
vrolijk
gaze
staren
gazelle
gazelle
gear
gerei
·
tuig
(1)
gecko
gekko
geisha
geisha
gelatine
gelatine
geld
geld
gelding
ruin
gem
edelsteen
·
juweel
gendarme
gendarme
geneology
genealogie
general
generaal
(2)
·
veldheer
generalize
generaliseren
·
veralgemenen
generally
doorgaans
generate
genererend
generation
generatie
(2)
·
geslacht
(2)
generator
generator
generosity
royaliteit
generous
edelmoedig
·
genereus
·
goedgeefs
(1)
·
gul
·
kwistig
(2)
·
milddadig
·
royaal
(2)
·
ruim
(3)
·
scheutig
·
vrijgevig
genesis
genese
·
wording
genetics
genetica
genial
gemoedelijk
·
joviaal
geniality
jovialiteit
genital
genitaal
·
schaam
(2)
genitals
geslachtsdelen
genius
genie
(1)
·
genius
(2)
·
vernuft
genre
genre
gentian
gentiaan
gentle
mak
·
mild
(2)
·
zacht
(2)
·
zachtaardig
·
zachtzinnig
gentleman
gentleman
·
heer
(3)
·
sinjeur
(1)
genuine
echt
(1)
·
gedegen
genus
orde
(2)
geographer
geografie
geography
aardrijkskunde
geologist
geoloog
geology
aardkunde
·
geologie
geometry
geometrie
·
goniometrie
·
meetkunde
geranium
geranium
germ
kiem
German
Duits
·
Duitser
Germanic
germaan
germinate
kiemen
gesticulate
gesticuleren
gesture
gebaar
·
gebaren
get
bekomen
(1)
·
halen
(3)
·
krijg
(2)
·
krijgen
·
raken
(3)
·
verkrijgen
get off
uitstappen
get out
uitstappen
geyser
geiser
ghastly
afgrijselijk
·
afzichtelijk
gherkin
augurk
ghetto
getto
ghost
spook
(1)
giant
reus
giantess
reuzin
gibberish
koeterwaals
·
wartaal
gibe
schimpscheut
giddiness
zwijmel
giddy
draaierig
gift
gave
(1)
·
geschenk
·
gift
(1)
gifted
begaafd
gig
sjees
gigantic
gigantisch
·
reusachtig
(1)
giggle
giechelen
·
ginnegappen
gild
gilde
gill
kaak
(2)
·
kieuw
·
koon
(2)
gin
jenever
·
snaps
ginger
gember
gingerbeer
gemberbier
giraffe
giraffe
gird
aangorden
(1)
·
gorden
girdle
gordel
·
singel
(1)
girl
meisje
(3)
·
troel
(1)
girth
omvang
·
singel
(2)
give
aangeven
(1)
·
geven
(1)
·
opgeven
(5)
·
schenken
(2)
give in
toegeven
·
zwichten
give way
wijken
(1)
given
gegeven
(2)
giver
gever
gizzard
krop
(1)
glacier
gletsjer, gletscher
glad
blij
·
verheugd
gladden
verblijden
·
verheugen
gladiator
gladiator
gladiolus
gladiool
gladly
gaarne
·
graag
(2)
gladness
blijdschap
·
vreugde
glamour
glamour
glance
blik
(1)
·
oogslag
·
opslag
(1)
gland
klier
(1)
glare
schelheid
glaring
flagrant
·
schel
(2)
·
schril
(1)
glass
glaasje
·
glas
·
glazen
glassworks
glashandel
glassy
glazig
glaze
glaceren
gleam
glanzen
·
glimmen
glen
vallei
glib
rad
(3)
glide
glijden
·
glijvlucht
glider
zweefvliegtuig
glimmer
gloren
·
schijn
(1)
·
schijnsel
glimpse
glimp
·
kijkje
glitter
blinken
·
glinsteren
·
glitter
·
schitteren
gloating
leedvermaak
global
globaal
(3)
·
mondiaal
globe
aardbol
(2)
·
globe
·
kloot
(1)
·
wereldbol
·
wereldreiziger
globetrotter
globetrotter
gloomy
naargeestig
·
somber
glorify
verheerlijken
glorious
glorieus
·
kostelijk
(2)
·
luisterrijk
·
roemrijk
glory
glorie
·
roem
gloss
glans
·
glos(se)
glossary
glossarium
glottis
stemspleet
glove
handschoen
glow
gloed
·
gloeien
glowworm
glimworm
glucose
glucose
glue
lijm
·
lijmen
(1)
glum
sip
glut
schrokker
glutton
gulzigaard
·
slokop
·
veelvraat
(2)
·
vraat
(1)
·
vreetzak
gluttony
vraatzucht
glycerine
glycerine
gnarled
knobelig
·
knoestig
gnat
mug
·
neefje
(2)
·
steekmug
gnaw
knagen
(2)
·
knauwen
·
vreten
(3)
gnome
aardmannetje
·
gnoom
(1)
·
kabouter
gnu
gnoe
go
gaan
·
lopen
(1)
go!
mars
(1)
go back
teruggaan
go before
voorafgaan
go flat
verschalen
·
zakken
(2)
go get
geraken
go through
afdraaien
(3)
goad
prikkel
(2)
goal
doel
·
doeleinde
·
doelpunt
·
doelwit
·
goal
·
oogmerk
goalkeeper
keeper
goat
sik
(1)
goatee
sik
(2)
goblin
aardmannetje
·
kabouter
God
God
god
afgod
godchild
petekind
goddess
godin
godfather
peet
·
peetoom
·
peter
godless
goddeloos
godmother
meter
(2)
·
peet
godola
gondel
godwit
grutto
go-getter
hemelbestormer
goggle
vergapen
goiter
wen
(2)
goitre
krop
(2)
·
kropgezwel
·
struma
gold
goud
·
gouden
(2)
golden
gouden
(2)
·
gulden
(2)
goldfish
goudvis
goldsmith
goudsmid
golf
golf
(1)
golfclub
kolf
(2)
gondolier
gondelier
gong
gong
gonorrhea
gonorrhoe
good
goed
(1)
·
heil
good time
schik
Goodbye
dag
(3)
goodbye
adieu
good-for-nothing
deugniet
·
slampamper
good-humoured
welgemutst
goodmorning
goedemorgen
goodnatured
goedaardig
·
goedmoedig
·
welgeaard
goods
goederen
·
vrachtgoed
goody-goody
zoetsappig
goose
eend
(2)
·
gans
(1)
gooseberry
kruisbes
gooseflesh
kippevel
gorge
schransen
gorge oneself
vreten
(1)
gorgeous
beelderig
gorilla
gorilla
gormandize
schransen
gorse
gaspeldoorn
gospel
evangelie
(3)
gossamer
herfstdraad
·
ragfijn
gossip
babbelaar
·
klappen
(3)
·
klapper
(2)
·
klapperen
(3)
·
kletsen
(3)
·
kletser
·
kwebbelen
·
theetante
gothic
gotiek
gouge
guts
·
ritsen
(1)
goulash
goulash
gourd
kalebas
gout
jicht
·
podagra
goverment
staat
(4)
govern
beheersen
·
besturen
·
regeren
governess
gouvernante
(2)
government
bestuur
·
bewind
·
gouvernement
·
overheid
·
regering
·
rijks
·
stadsbestuur
governor
gouverneur
·
landvoogd
·
regent
gown
toga
graceful
bevallig
(2)
gracious
genadig
·
gracieus
grade
gradueren
(1)
gradual
gradueel
·
trapsgewijze
gradually
allengs
·
gaandeweg
·
langzamerhand
graduate
gegradueerde
·
gradueren
(2)
graffiti
graffiti
graft
enten
(1)
·
loot
(2)
·
oculeren
(2)
grafting
ent
grain
graan
·
grein
(1)
·
koren
(2)
·
korrel
grainfield
graanakker
gram
g
·
gram
(1)
grammar
grammatica
·
spraakkunst
grammatical
spraakkunstig
·
taalkundig
(2)
gramophone
grammofoon
granate
granaat
(1)
grand
groots
·
grootscheeps
·
reusachtig
(2)
grandchild
kleinkind
granddaughter
kleindochter
grandeur
grandeur
grandfather
grootvader
grandiose
grandioos
·
groots
grandma
grootjes
·
oma
grandmother
grootmoeder
grandparents
grootouders
grandson
kleinzoon
granite
graniet
granny
opoe
granpa
opa
grant
gunnen
(2)
·
schenken
(2)
·
subsidie
·
verlenen
(1)
granular
korrelig
grape
druif
·
wijndruif
grapefruit
grapefruit
grapevine
wingerd
graphic
aanschouwelijk
·
grafisch
graphite
grafiet
grasp
greep
(2)
grass
gras
grasshopper
sprinkhaan
grassy
grazig
grate
krassen
(1)
·
raspen
·
rooster
(1)
grateful
erkentelijk
grater
rasp
gratify
strelen
(2)
gratifying
streling
(1)
gratuity
douceur
grave
graf
·
stemmig
gravedigger
doodgraver
(1)
gravel
graveel
·
grind
·
grint
·
kiezel
gravity
gravitatie
·
zwaartekracht
gravy
jus
·
saus
(2)
·
vleesnat
gray
grauw
(3)
·
grijs
graze
grazen
·
schampen
·
schaven
(2)
·
weiden
(1)
grease
smeer
·
smeren
(1)
·
smouten
·
vet
grease-proof
vetvrij
greasy
vetachtig
·
vettig
great
daverend
(2)
greater
meerder
greatgrandfather
overgrootvader
greatgrandmother
overgrootmoeder
great-great-grandmother
betovergrootmoeder
greatly
grotelijks
greatuncle
oudoom
grebe
fuut
Greece
griekenland
greed
hebzucht
greedy
gulzig
·
hebberig
·
hebzuchtig
·
inhalig
Greek
griek
·
grieks
green
gazon
·
groen
(2)
'green'
nuchter
(2)
greenhouse
kas
(1)
·
oranjerie
·
serre
(1)
Greenland
Groenland
greet
begroeten
·
groeten
greeting
groet
·
saluut
(2)
greetness
grootheid
grenadier
grenadier
grey(horse)
schimmel
(1)
greyhound
hazewind
·
windhond
grief
droefenis
·
harteleed
·
leed
·
smart
grierous
bijtend
(2)
grievance
grief
grieve
bedroeven
·
grieven
·
smarten
·
treuren
·
verdrieten
(2)
griffin
griffoen
grill
grillen
·
roosteren
grim
grimmig
(2)
grimace
grimas
grimy
vuil
grind
malen
(1)
grinder
slijper
(2)
grip
greep
(2)
·
grijpen
·
grip
·
handgreep
(1)
·
pakken
(1)
·
vastgrijpen
·
vat
(2)
gristle
kraakbeen
grit
gries
·
zand
groan
kermen
·
kreunen
·
stenen
(2)
·
uitkermen
grocer
kruidenier
grog
grog
groin
lies
groom
palfrenier
·
rijknecht
(1)
groove
gleuf
·
groef
·
ritsen
(1)
·
sleuf
·
sponning
grope
tasten
(2)
gross
bruto
·
gros
(1)
·
schromelijk
grotesque
bizar
·
grotesk
ground
grond
(1)
·
terrein
·
veld
(3)
groundfloor
parterre
(2)
ground-plan
plattegrond
grounds
fond
(1)
·
grond
(2)
·
prut
groundwork
grondslag
(2)
group
groep
grouser
kankeraar
grove
bosje
grow
groeien
·
kweken
·
telen
·
verbouwen
(2)
·
wassen
(2)
grow pale
verbleken
grow together
toegroeien
grower
kweker
(1)
·
teler
growing
verbouw
growl
brommen
(2)
·
grom
·
grommen
growling
gebrom
growth
groei
·
was
(3)
·
wasdom
grub
larve
·
made
·
worm
·
wroeten
grubby
groezelig
·
smoezelig
·
vies
grudge
wrok
gruesome
gruwelijk
·
gruwzaam
·
ijzingwekkend
gruff
bars
·
nors
grumble
knorren
(2)
·
mopperen
·
morren
·
murmureren
·
pruttelen
·
reutelen
(2)
·
tegenmopperen
·
tegenpruttelen
grumbler
brombeer
·
iezegrim
·
knorrepot
·
mopperaar
·
nurks
(1)
·
pruttelaar
grumpy
brommerig
·
grommig
grunt
knorren
(1)
guarantee
garanderen
·
garantie
·
instaan voor
·
waarborg
(2)
guard
bewaken
·
garde
·
geleide
·
hoede
guarded
gedekt
(2)
guardian
curator
(2)
·
hoeder
(2)
·
voogd
guardianship
curatele
·
voogdij
guerilla
guerilla
guess
gissen
·
gissing
·
raden
(2)
guest
gast
·
genodigde
guestroom
logeerkamer
guide
gids
·
leiden
(1)
·
leidraad
·
leidsman
·
wegwijzer
guild
vergulden
guilder
gulden
(1)
·
piek
(1)
·
pop
(3)
guilders
f
guile
list
guillotine
guillotine
·
valbijl
(2)
guiltless
schuldeloos
guilty
schuldbewust
·
schuldig
guineahen
poelepetaat
guitar
gitaar
gulf
golf
(3)
gull
meeuw
gullible
onnozel
gully
geul
·
ravijn
gulp
klok
(3)
·
slokken
gum
gom
·
lijm
gums
tandvlees
gun
geweer
·
kanon
gunpowder
buskruit
·
kruit
gunsmoke
kruitdamp
gurgle
klokken
(2)
gush
gulp
(2)
·
gulpen
·
gutsen
gushing
overdreven
gust
vlaag
(2)
gust of wind
windvlaag
gut
kaken
gutter
goot
guttural
gutturaal
guy
kwant
guzzle
slokken
·
zwelgen
gym
gym
(2)
·
gym.
·
l.o/L.O.
(2)
gymnasium
gymnasium
gymnast
gymnast
gymnastics
gymnastiek
gynaecologist
gynaecoloog
·
vrouwenarts
gynaecology
gynaecologie
Copyright © 2002