R - r
rabbi
rabbi
rabbit
konijn
·
langoor
(2)
rabble
geboefte
·
gespuis
·
grauw
(2)
·
rapaille, rapalje
raccoon
wasbeer
race
koers
(3)
·
race
·
racen
·
rally
·
ras
(1)
·
ren
(1)
·
rennen
·
wedren
racecourse
racebaan
·
renbaan
racer
renner
racism
racisme
rack
rak
(2)
·
rek
(1)
·
ruif
racket
heibel
·
herrie
·
lawaai
·
racket
·
raket
(1)
·
spektakel
(2)
rack-renter
huisjesmelker
radar
radar
radiance
schijnsel
radiate
stralen
(1)
·
uitstralen
radiator
radiator
(1)
·
radiator
(2)
radical
links
(4)
·
radicaal
(1)
·
radicaal
(2)
radio
radio
radioactive
radioactief
radish
radijs
radium
radium
radius
spaakbeen
·
straal
(2)
RAF
RAF
raffia
raffia
raffle
verloten
raft
vlot
(2)
rafter
hanebalk
·
spant
·
spar
(2)
raftsman
vlotter
(1)
rag
lor
·
vod
rage
ketteren
·
manie
·
rage
·
razernij
·
tieren
(1)
·
uitvaren
(2)
·
woede
·
woeden
ragged
voddig
ragman
voddenkoper/ voddenman
rags
flarden
raid
overval
·
razzia
·
strooptocht
raider
kaper
(1)
rail
leuning
·
rail
railing
balie
(1)
·
reling
railway
spoor
(2)
·
spoorbaan
·
spoorweg
rain
regen
·
regenen
rainbow
regenboog
raincoat
regenjas
·
regenmantel
·
zuidwester
(2)
rainproof
regendicht
raise
grootbrengen
·
heffen
(2)
·
kweek
·
opheffen
(1)
·
opkweken
·
tillen
(1)
·
verheffen
raised
getogen
raisin
rozijn
rake
boemelaar
·
hark
(2)
·
harken
·
rakelen
ram
heien
·
ram
·
rammen
ramble
zwerven
rammer
heiblok
ramp
oprit
(2)
rampant
hoogtij
rampart
bastion
·
bolwerk
·
bortswering
·
wal
(2)
ranch
ranch
rancid
garstig
·
ranzig
rancorous
rancuneus
rancour
rancune
range
bereik
·
draagwijdte
(1)
·
portee
(1)
rank
gelid
(1)
·
rang
·
staat
(2)
ransom
losgeld
·
losprijs
rant
schetteren
rap
kloppen
(2)
·
tik
rapacious
roofzuchtig
rapacity
roofzucht
rape
aanranden
·
onteren
(2)
·
verkrachten
(2)
rapid
snel
(1)
rapids
stroomversnelling
rapier
rapier
rare
schaars
(2)
·
zeldzaam
rascal
guit
·
rakker
·
schavuit
·
schelm
·
sloeber
·
smiecht
rascally
schelmachtig
rash
lichtvaardig
·
onbedacht
·
onbesuisd
·
onbezonnen
·
overmoedig
(1)
·
roekeloos
·
voorbarig
(2)
rasp
raspen
raspberry
framboos
rat
rat
rate
koers
(2)
·
tarief
rather
eerder
(3)
·
enigszins
(1)
·
liefst
·
liever
·
nogal
·
tamelijk
·
veeleer
ratify
bekrachtigen
·
ratificeren
ration
distribueren
·
rantsoen
·
rantsoeneren
rational
logisch
·
rationeel
·
redelijk
·
reëel
(2)
rationale
ratio
(2)
rationalize
rationaliseren
rattle
klapperen
(1)
·
klepper
(2)
·
klepperen
·
rammelaar
(1)
·
rammelen
·
ratel
·
ratelen
·
reutelen
(1)
·
rochelen
rattle off
afdraaien
(3)
rattle-brain
malloot
rattler
ratelaar
rattlesnake
ratelslang
rattletrap
rammelkast
rattrap
rattenval
raucous
rauw
(2)
·
snerpend
(2)
ravage
ravage
·
teisteren
(2)
rave
razen
ravel
rafel
raven
raaf
(2)
ravenblack
ravezwart
ravine
ravijn
raving
razend
raw
guur
·
onbewerkt
(1)
·
rauw
(1)
ray
schicht
(2)
·
straal
(1)
rayon
rayon
(1)
razor
scheermes
re-
her-
reach
bereik
·
bereiken
react to
reageren
reaction
reactie
·
terugwerking
(1)
·
weeromstuit
·
weerslag
reactionary
reactionair
reactivate
reactiveren
read
lezen
readable
leesbaar
reader
lezer
readily
grifweg
reading
lezing
(2)
ready
bereid
·
bereidwillig
·
gereed
(1)
·
gewillig
·
gunstig
(1)
·
klaar
(2)
·
paraat
·
vaardig
(2)
readymade
gemaakt
(1)
real
effectief
(2)
·
reëel
(1)
·
werkelijk
·
wezenlijk
realism
realisme
realist
realist
realistic
realistisch
reality
realiteit
realize
bevroeden
(1)
·
indenken
·
inzien
·
realiseren
(1)
·
realiseren
(2)
·
verwerkelijken
realized
verwezenlijken
really
eigenlijk
·
heus
(2)
really?
jonge
really
waarachtig
·
zowaar
reap
maaien
·
oogsten
reaper
maaier
·
plukker
rear
fokken
·
kont
·
steigeren
rear-admiral
schout-bij-nacht
reason
grond
(3)
·
omkleden
(2)
·
reden
·
redeneren
reason, to
beredeneren
reasonable
billijk
·
schappelijk
·
schikkelijk
·
verstandig
reassure
geruststellen
rebel
muiten
·
rebel
·
rebelleren
rebellion
muiterij
·
oproer
rebellious
opstandig
·
rebels
rebirth
wedergeboorte
rebound
afstuiten
(1)
·
terugstoot
rebuild
herbouwen
·
ombouwen
·
verbouwen
(1)
rebuke
berispen
·
klak
(2)
·
reprimande
rebus
rebus
recalcitrant
recalcitrant
·
weerspannig
recall
herdenken
(2)
·
memoreren
·
terugwijzen
(3)
recapitulate
recapituleren
recapitulation
recapitulatie
receipt
kassabon
·
kwitantie
·
ontvangstbewijs
·
recept
(1)
·
reçu
·
stortingsbewijs
receipts
recette
receive
beuren
(2)
·
ontvangen
·
toucheren
recent
recent
recently
onlangs
·
pas
(5)
reception
onthaal
·
receptie
recess
reces
·
verdagen
recession
recessie
recipe
recept
(3)
reciprocal
wederkerig
·
wederzijds
recital
recital
·
voordracht
(1)
recitation
declamatie
(2)
·
declameren
(2)
recitative
recitatief
recite
opzeggen
(1)
·
reciteren
·
voordragen
(3)
reciter
voordrachtkunstenaar
reckless
driest
·
onbesuisd
·
roekeloos
·
waaghalzerig
reclaim
aanwinnen
·
reclasseren
·
terugeisen
reclamation
terugvorderen
recognizable
kenbaar
·
kennelijk
(1)
recognize
erkennen
(1)
·
herkennen
(2)
recoil
terugloop
(2)
·
terugslag
(1)
recommend
aanbevelen
(1)
·
aanprijzen
·
recommanderen
recommendation
recommandatie
reconcile
overeenbrengen
·
verzoenen
reconciliation
verzoening
reconstruct
reconstrueren
record
opnemen
(1)
·
plaat
(1)
·
record
recording
opname
recount
hertellen
recoup
verhalen
(2)
recourse
toevlucht
recover
achterhalen
(3)
·
bekomen
(2)
·
beterschap
·
bijkomen
·
genezen
(2)
·
terugbekomen
·
verhalen
(2)
recovery
herstel
recreate
herscheppen
recreation
recreatie
·
uitspanning
(2)
recrimination
tegenverwijt
recruit
aanwerven
·
koppensnellen
(2)
·
rekruteren
·
rekruut
·
werven
recruiter
werver
rectangle
rechthoek
rectification
rectificatie
rectify
rectificeren
rector
rector
rectum
endeldarm
red
rood
reddish
roodachtig
·
rossig
redeem
afkopen
·
aflossen
(1)
·
terugkopen
redeemable
opzegbaar
(2)
redress
redresseren
redshank
tureluur
redskin
roodhuid
reduce
reduceren
reduction
afslag
(1)
·
reductie
reed
riet
(2)
reef
klip
·
reef
(2)
·
rif
reel
haspel
(2)
·
haspelen
(1)
·
klos
·
spoel
·
zwaaien
(2)
·
zwieren
reexamination
herexamen
refashion
omwerken
referee
arbiter
(1)
·
fluitist
(1)
referendum
referendum
refine
raffineren
·
verfijnen
refined
gedistingeerd
·
geraffineerd
(1)
refinery
raffinaderij
reflect
afspiegelen
·
reflecteren
(2)
·
weerspiegelen
reflection
reflectie
(2)
·
spiegelbeeld
·
terugkaatsing
(2)
reflector
reflector
reflex
reflexbeweging
reflexive
wederkerend
reform
bekeren
·
reformeren
(2)
reformation
reformatie
reformatory
verbeteringsgesticht
reformed
hervormd
(2)
reformer
verbeteraar
refractory
weerbarstig
refrain
keerzang
·
refrein
(2)
refresh
laven
·
opfrissen
·
opkwikken
(2)
·
verfrissen
·
verkwikken
·
verversen
refreshment
lafenis
refrigerator
ijskast
·
koelkast
refuel
tanken
refuge
doorgangshuis
·
heul
(3)
·
toevlucht
·
toevluchtsoord
·
vluchthaven
·
wijkplaats
refugee
refugi
·
uitgewekene
·
vluchteling
(1)
refund
restitueren
refuse
afslaan
(3)
·
terugwijzen
(1)
·
uitschot
·
verdraaien
(2)
·
weigeren
refutation
tegenbewijzen
refute
ontzenuwen
(2)
·
weerleggen
regent
regent
·
regentes
reggae
reggae
regime
regime
(2)
regiment
regiment
region
gewest
·
landstreek
·
oord
·
streek
(1)
regional
regionaal
register
inschrijven
·
legger
(1)
·
opgeven
(4)
·
register
(1)
registrate
registreren
regret
betreuren
·
leedwezen
·
spijt
·
spijten
regrettable
spijtig
regular
geregeld
·
gezet
(2)
·
regelmatig
·
regulier
regularly
steevast
regulate
normaliseren
·
regelen
·
reglementeren
·
reguleren
regulation
verordening
regulations
reglement
regulator
regulateur
rehabilitate
rehabiliteren
rehearse
instuderen
·
repeteren
reign
heersen
rein
leiband
·
leidsel
·
teugel
reincarnation
reïncarnatie
reindeer
rendier
reject
afketsen
(2)
·
afstemmen
(1)
·
afwijzen
rejoice
joelen
·
juichen
rejoinder
repliek
relapse into
terugvallen
relate
vertellen
related
aanverwant
·
verwant
(2)
relation
maagschap
·
nabestaande
·
relatie
·
verband
(2)
relationship
verhouding
·
verwantschap
relative
betrekkelijk
·
nabestaande
·
relatief
relatives
aanverwant
·
familie
(3)
relax
ontspannen
(1)
·
verzetten, zich
(2)
relaxation
verpozing
·
verstrooiing
(1)
releas
vrijstellen
release
loslaten
·
vrijgeven
·
vrijlaten/ vrijmaken
relevant
relevant
reliable
betrouwbaar
·
deugdelijk
·
geloofwaardig
·
solide
(2)
relic
relict
·
relikwie
relief
onderstand
·
reliëf
·
uitkomst
(2)
relieve
afwisselen
·
lenigen
(2)
·
opluchten
(2)
religion
godsdienst
·
religie
religious
godsdienstig
·
religieus
relish
savoureren
reluctantly
node
(1)
remain
beklijven
·
blijven
·
resten
·
resteren
·
verblijven
remainder
overblijfsel
·
overschot
·
rest
remaining
overig
remark
aanmerking
(2)
·
opmerking
remarkable
merkwaardig
remarry
hertrouwen
remedy
middel
(2)
·
redmiddel
·
remedie
·
verhaal
(2)
remember
bedenken
·
gedenken
(1)
·
herinneren (zich)
·
heugen
·
onthouden
(2)
remigrant
remigrant
remind
memoreren
reminiscence
remiscentie
remit
kwijtschelden
(2)
remittance
remise
(2)
remnant
coupon
(2)
·
restant
·
restje
remodel
omvormen
remonstrate
tegenwerpen
remorse
wroeging
remote
afgelegen
(2)
·
verwijderd
removal
afvoer
remove
uitdoen
(2)
·
uitkrijgen
(2)
·
verhuizen
remove;
verwijderen
(1)
remove
wegnemen
remunerative
winstgevend
renaissance
renaissance
rendezvous
rendezvous
renegade
afvallige
(2)
·
overloper
·
renegaat
renew
vernieuwen
rennet
renet
rennin
leb, lebbe
(2)
renowned
gerenommeerd
rent
huren
·
huur
·
pacht
·
pachten
·
pachtgeld
renumerative
rendabel
renunciation
afstand
(2)
re-order
nabestelling
reorganization
reorganisatie
repair
herstellen
·
maken
(2)
·
reparatie
·
repareren
repairer
hersteller
·
reparateur
reparable
reparabel
repatriate
repatriëren
(2)
repay
lonen
(2)
·
vergelden
repeal
herroepen
(2)
·
intrekking
repeat
doubleren
(2)
·
herhalen
·
naspreken
·
nazeggen
·
overbrieven
·
repeteren
repeatedly
herhaaldelijk
·
telkenmale, telkens
repel
afstoten
(2)
repentance
berouw
repercussion
repercussie
·
terugslag
(3)
repertoire
repertoire
repetition
repetitie
(1)
·
repetitie
(2)
·
reprise
replace
vervangen
(1)
replacement
vervanging
replenish
aanvullen
reply
repliceren
·
wederantwoord
·
wederwoord
report
berichten
·
mare
·
melden
·
rapport
·
rapporteren
·
referaat
·
vermelden
·
verslag
(2)
reporter
reporter
repose
rust
·
rust
·
rusten
reprehensible
laakbaar
·
verwerpelijk
represent
afbeelden
·
representeren
·
verbeelden
(1)
·
voorstellen
(3)
representation
afbeelding
representative
representant
·
vertegenwoordiger
reprimand
reprimande
reprint
nadrukken
reprisal
represailles
·
reprise
reproduce
reproduceren
(1)
·
reproduceren
(2)
·
weergeven
(2)
reproduction
weergave
reprove
verwijten
reptile
reptiel
republic
republiek
repudiate
verloochenen
(2)
·
verstoten
repugnance
weerzin
repulsive
weerzinwekkend
reputation
bekendheid
·
reputatie
repution
aangeschreven
request
aanvraag
(1)
·
aanzoek
(1)
·
verzoeken
requiem
requiem
require
vereisen
requirement
vereiste
requisite
rekwisiet
·
vereiste
requisition
rekwireren
requite
vergelden
re-read
herlezen
rescue
redding
rescuer
redder
resemble
gelijken
·
lijken
resentment
ressentiment
·
wrevel
·
wrok
reservation
reservaat
reserve
reserveren
·
terughouden
·
voorbehouden
(2)
·
vrijhouden
(3)
reserved
gereserveerd
(1)
reservoir
reservoir
reside
resideren
·
wonen
residence
verblijf
·
woning
resident
ingezetene
·
intern
(1)
·
woonachtig
residue
recidu
·
residue
resign
onderwerpen
resign from
uittreden
resignation
berusting
resigned
berustend
·
gelaten
resin
hars
resinous
harsachtig
resist
verzetten, zich
(1)
·
weerstaan
resistance
tegenspartelen
·
tegenstand
·
tegenweer
·
verzet
(1)
·
weerstand
(2)
resistent
resistent
resolute
gedecideerd
·
kordaat
·
resoluut
·
vastberaden
resolution
resolutie
resolve
voornemen, zich
(2)
resolved
besloten
(2)
resonance
resonantie
resort
vakantieoord
resound
daveren
·
galmen
(1)
·
resoneren
·
schallen
·
weerklinken
resounding
daverend
(1)
·
klinkend
resource
redmiddel
resourceful
vindingrijk
respect
achting
·
eerbied
·
ontzag
·
ontzien
(1)
·
respect
·
respecteren
·
reverentie
(2)
respectability
netheid
(2)
respectable
eerzaam
·
fatsoenlijk
·
respectabel
respected
geacht
·
gezien
(1)
respectful
eerbiedig
·
fatsoenlijk
respectively
respectievelijk
·
resp.
respite
respijt
respond to
reageren
response
respons(e)
responsible
toerekenbaar
·
verantwoordelijk
rest
pleisteren
(2)
·
rest
·
rust
·
rust
·
rusten
·
uitrusten
(1)
·
verpozing
restaurant
restaurant
·
restauratie
(1)
resthome
rusthuis
restitution
restitutie
restless
ongedurig
·
roerig
·
rusteloos
·
woelig
restoration
restauratie
(2)
·
teruggave
restore
restaureren
restrain
bedwingen
·
weerhouden
restrained
ingehouden
restraint
bedwang
restrict
beperken
restriction
restrictie
result
afloop
(2)
·
resultaat
·
slotsom
·
uitkomst
(1)
·
uitslag
(2)
resume
hernemen
(2)
·
hervatten
resurrection
opstanding
retailer
wederverkoper
retain
behouden
retake
hernemen
(1)
retaliation
wraakoefening
retarded
achterlijk
retch
kokhalzen
·
kotsen
re-think
bezinnen
(2)
reticent
gereserveerd
(2)
·
zwijgzaam
retina
netvlies
retinue
trein
(2)
retire
aftreden
·
retireren
retire from
uittreden
retired
rustend
retiring
eenzelvig
retort
retort
retreat
retraite
(2)
·
terugtrekken
(1)
retroaction
terugwerking
(2)
retrospect
terugblik
return
rendement
·
restitueren
·
retour
(3)
·
retourneren
·
teruggaan
·
terugkeren
·
terugkomen
·
weergeven
(1)
reunion
renie
reunite
herenigen
revaluate
revaluatie
reveal
onthullen
(1)
·
ontsluieren
·
openbaren
reveille
reveille
revel
boemelen
(1)
·
fuiven
·
slempen
Revelation
Openbaring
reveller
boemelaar
revenge
weerwraak
·
wraak
·
wreken
revengeful
wraakgierig
revenue
fiscus
(1)
revenues
revenu
reverberation
galm
·
nagalm
revere
vereren
reverie
dromerij
·
gepeins
reversal
omkeer
reverse
keerzijde
·
tegenslag
reversed
omgekeerd
(2)
review
parade
·
recenseren
·
revue
(1)
·
revue
(2)
·
wapenschouwing
reviewer
recensent
revile
smaden
revise
herzien
·
reviseren
revision
revisie
revive
herleven
·
opbloeien
·
opleven
revoke
herroepen
(1)
revolting
weerzinwekkend
revolution
omloop
(2)
·
omwenteling
(2)
·
opstandeling
·
revolutie
(1)
·
revolutie
(3)
·
toer
(2)
revolutionary
revolutionair
revolve
draaien
revolver
revolver
revue
revue
(3)
reward
belonen
·
loon
·
vergoeding
rewrite
omwerken
rhapsody
rapsodie
·
rhapsodie
rhetoric
retoriek
rhetorician
rederijker
rheumatism
reumatiek
·
rheumatiek
Rhine
Rijn
rhinoceros
rinoceros
rhinocerous
neushoorn
rhododendron
rododendron
rhubarb
rabarber
rhyme
rijm
·
rijmen
(1)
rhymer
rijmelaar
rhythm
ritme
rhythmic
ritmiek
rib
balein
·
rib
ribbed
ribbelig
ribbon
lint
(1)
rice
rijst
rich
rijk
(1)
·
rijkelijk
riches
rijkdom
rickets
rachitis
rickety
gammel
·
kaduuk
·
wrak
(2)
rickshaw
ricksha
·
riksja
ricochet
ricocheteren
riddle
raadsel
(2)
ride
rijden
(2)
·
rit
ridge
nok
·
richel
·
vorst
(1)
ridgy
ribbelig
ridicule
bespotten
·
ridicuul
·
spot
(1)
ridiculous
belachelijk
·
bespottelijk
riding
gerij
ridingmaster
pikeur
ridingtrack
rijbaan
riffraff
geboefte
·
janhagel
(2)
·
janrap en zijn maat
·
schorem
·
schorriemorrie
riffroff
gespuis
rifle
buks
rifle-range
schietbaan
rig
takelen
·
tuigen
rigging
schoot
(4)
·
tuigage
·
want
(3)
right
gelijk
(2)
·
goed
(1)
·
juist
(2)
·
recht
(1)
·
recht
(3)
·
rechter
(2)
·
richtig
righteous
rechtschapen
·
rechtvaardig
righteousness
gerechtigheid
rightful
rechtmatig
righthand
rechter
(2)
righthanded
rechts
(1)
rightly
terecht
(1)
rigid
star
·
steil
(2)
·
stijf
·
stram
·
wettisch
rigidity
starheid
rigour
strengheid
rim
montuur
·
rand
·
velg
rind
bast
·
schil
·
schors
ring
bellen
(2)
·
bengelen
(1)
·
kraag
(3)
·
kring
(1)
·
luiden
(2)
·
malie
(1)
·
piste
·
ring
·
schellen
ring out
weerklinken
ringing
gelui
ringleader
belhamel
(2)
·
raddraaier
ringlet
kringetje
·
pijpekrul
ringworm
ringworm
rinse
afspoelen
·
spoelen
rinsing
spoeling
(1)
riotous
oproerig
R.I.P.
R.I.P.
rip
rijten
·
tornen
ripe
rijp
(2)
ripen
rijpen
ripe-rotten
beurs
(1)
rise
opgaan
(2)
·
rijzen
·
stijgen
·
verrijzen
rise to the bait
toehappen
risk
gevaar
·
risico
·
riskeren
·
waagstuk
·
wagen
(2)
risky
gevaarlijk
·
gewaagd
(1)
risqu
gewaagd
(2)
rite
ritus
ritual
ritueel
rival
concurrent
·
rivaal
rivalry
rivaliteit
·
wedijver
river
rivier
riverbed
bedding
·
rivierbed
riverside
rivierkant
river-vieuw
riviergezicht
rivet
bout
(2)
·
klinkbout
·
klinken
(3)
·
klinknagel
rivulet
vliet
röntgen
röntgen
road
baan
roadman
wegwerker
roadmap
wandelkaart
roadroller
wals
(2)
roadside
wegkant
roadsurface
wegdek
roadway
rijweg
roadworker
wegarbeider
roam
dolen
·
dwalen
(1)
roar
briesen
·
brullen
·
bulderen
·
bulken
(2)
·
druisen
·
ronken
·
snorren
roaring
gebrul
roast
braden
·
roosten
·
roosteren
roastbeef
rosbief
rob
beroven
·
roven
robber
rover
robbery
diefstal
·
roof
(2)
robot
automaat
·
robot
robust
fors
·
kras
(2)
·
potig
·
robuust
rock
hobbelen
·
rock
·
rots
·
schommelen
(1)
·
wiegelen
·
wiegen
rocket
raket
(2)
·
vuurpijl
rocking-chair
wipstoel
rocksalt
klipzout
rocky
rotsachtig
rod
gard
·
plak
(2)
·
roede
·
stang
(2)
rodent
knaagdier
roe
ree
roebuck
reebok
rogue
fielt
(1)
·
ondeugd
·
schalk
roguish
olijk
·
schalks
·
schelms
roister
boemelen
(1)
role
rol
(2)
roll
deinen
·
deining
·
kadetje
·
krul
·
presentielijst
·
puntje
·
roffel
·
rol
(1)
·
rollen
·
wrong
roller skating rike
rolbaan
rollerskate
rolschaats
Roman
Romein
romance
romance
(2)
romantic
romanesk
·
romantiek
(2)
romanticist
romanticus
Rome
Rome
romp
dollen
·
mallen
(2)
·
ravotten
·
stoeien
rondel
rondeel
(1)
roof
bekappen
·
dak
·
kap
(1)
roofless
dakloze
(2)
rook
roek
room
kamer
(1)
·
lokaal
(1)
·
zaal
roost
roest
(2)
·
roesten
(2)
root
wortel
(2)
·
wroeten
root out
uitroeien
rooter
supporter
rope
reep
(1)
·
touw
ropewalking
koorddansen
rosary
rosarium
rose
roos
(1)
rosebush
rozelaar
·
rozestruik
rosehip
rozebottel
rosemary
rozemarijn
rosette
rozet
rosewood
palissander
rosy
rooskleurig
·
rozig
rot
kletspraat
·
rotten
rotate
roteren
rotation
ommegang
·
rotatie
(1)
·
rotatie
(2)
rotisserie
rotisserie
rotten
rot
(3)
·
rot
(4)
·
rottig
·
voos
(2)
rotter
kwal
(2)
·
niks
rotunda
rotonde
(1)
rouble
roebel
rouge
rouge
rough
bars
·
hardhandig
·
hobbelig
·
onbehouwen
(1)
·
oneffen
(1)
·
ongegeneerd
·
ruig
(1)
·
ruig
(2)
·
ruw
(1)
·
ruw
(2)
roughly
globaal
(1)
roulette
roulette
round
rond
(1)
·
ronde
(2)
round about
rondom
rouse
verwekken
(3)
route
route
routine
routine
·
sleur
row
heibel
·
herrie
·
kabaal
·
rel
·
rij
·
roeien
·
standje
rowboat
wherry
royal
koninklijk
royalist
koningsgezind
royalty
tantieme
r.p.m.
omw./min
rub
wrijven
rubber
gummi
·
rubber
rubbish
bocht
(2)
·
prul
·
prullaria/prulleboel
·
rommel
·
voddegoed
·
vuilnis
·
vullis
rubbish heap
puinhoop
rubble
steenslag
ruby
robijn
rucksack
rugzak
rudder
roer
rudderless
roerloos
(2)
ruddy
roodachtig
rude
grof
(2)
·
lomp
·
onhebbelijk
·
plomp
(3)
rudimentary
rudimentair
(2)
ruffian
woesteling
ruffle
rimpelen
ruin
beschadigen
·
ruïneren
·
verderf
·
verslonzen
ruins
bouwval
·
ruïne
rule
beheersen
·
bepaling
(3)
·
besturen
·
heersen
·
regel
(1)
·
regeren
·
stelregel
rule of conduct
richtsnoer
ruler
heerser
·
liniaal
·
regeerder
·
soeverein
rules
reglement
rum
rum
Rumania
Roemenië
rumba
rumba
rumble
daveren
·
denderen
·
dreun
·
dreunen
·
rommelen
(2)
rummage
rommelen
(1)
rumour
gerucht
(1)
rump
poeperd
rumpsteak
biefstuk
run
afgeven
(2)
·
hollen
·
lopen
(2)
·
rennen
·
run
(1)
run into
aanrijden
run wild
verwilderen
(2)
rune
rune
(2)
rung
spijl
·
sport
(1)
·
trede
(2)
runner
klimboon
·
loper
(1)
·
loper
(2)
running
lopend
runway
startbaan
rupture
breuk
(3)
·
scheuring
rural
landelijk
(2)
ruse
list
rush
gedruis
·
golven
(2)
·
jachten
(2)
·
jakkeren
·
matten
(1)
·
rennen
·
snellen
Russia
Rusland
Russian
Rus
·
Russisch
rust
roest
(1)
·
roesten
(1)
·
verroesten
rustic
boers
(2)
·
dorps
·
rustiek
(2)
rustle
geruis
·
knisperen
·
ritselen
(1)
·
ruis
·
ruisen
·
suizelen
·
zwatelen
rustproof
roestvrij
rut
sleur
ruthless
meedogenloos
·
onmeedogend
rye
rogge
Copyright © 2002